Welzijn van je coachpaard

Een samenvatting van Welzijnsgids coach- en therapie Aeres Hogeschool Dronten.

Welzijn van het coachpaard

Waar laat je als paardencoach op?

Een paard kan van grote betekenis zijn binnen coaching. Maar als we een paard ten behoeve van de ontwikkeling van een mens doneren, hebben we de verantwoordelijkheid om goed voor het welzijn van dat paard te zorgen.

Dat gaat verder dan goede voeding, voldoende beweging en een fijne huisvesting. Ook tijdens een coachsessie moeten we ons steeds blijven afvragen:

Hoe gebeurt het paard wat hier gebeurt?

Onderzoek van Aeres Hogeschool naar het welzijn van coach- en therapiepaarden laat zien dat het algemene beeld gelukkig positief is. De onderzochte paarden relatief weinig gedrag zien dat punten op negatieve emoties en zich voelen tijdens veel sessies comfortabel. Tegelijkertijd zijn er duidelijke aandachtspunten.

Welzijn begint buiten de coachsessie

Een paard dat goed wordt verzorgd, voldoende kan bewegen en contact heeft met soortgenoten, heeft een betere basis om als coachpaard te functioneren.

Uit het onderzoek komen vijf belangrijke welzijnsrisico’s naar voren:

  1. slecht passende harnas;
  2. tekort aan vrije bewegingsruimte;
  3. onvoldoende sociaal contact met andere paarden;
  4. overgewicht;
  5. onvoldoende ruwvoer of te lange perioden zonder ruwvoer.

Samen begint paardenwelzijn dus al lang voordat de coachee het erf op komt.

Een coachpaard moet paard kunnen zijn.

Kijk naar gedrag, maar trek niet te snelle conclusies

Tijdens een sessie laat een paard voortdurend zien. In het onderzoek werden 21 gedragingen gevolgd. Soms worden ze vaker in verband gebracht met positieve emoties en andere met negatieve emoties.

Belangrijk is dat je niet alleen naar signalen van ongemak kijkt. De afwezigheid van negatief gedrag betekent namelijk niet automatisch dat het paard zich prettig voelt . Ook positieve signalen verdienen aandacht.

Dat sluit mooi aan bij een belangrijke basisregel bij het observeren van paarden:

Eerst waarnemen, dan pas voltooid.

Zie je een paard gapen, kauwen, afstand nemen, zijn hoofd verhogen of met zijn staart zwiepen? Maak daar dan niet onmiddellijk een verhaal van. Kijk naar de context, kijk naar het totale paard en kijk wat er vóór en ná het gedrag gebeurt.

Juist kan herhaling belangrijke informatie geven. In het onderzoek kwam onder andere gapen, snurken of blazen, een hoog gedragen hoofd, zichzelf krabben en smakken/kauwen bij sommige paarden vaker voor dan experts bedacht.

Van gedrag naar gemoedstoestand

Een los gedrag is iets anders dan de gemoedstoestand waarin een paardverkeer plaatsvindt.

Een emotionele is meestal kortdurend en geïntegreerd aan een bepaalde gebeurtenis. Een gemoedstoestand duurt langer en zegt meer over hoe het paard zich gedurende een bepaalde periode voelt.

Bij coachpaarden werden verschillende gemoedstoestanden gezien, waaronder comfortabel, ontspannen, ontladen, rusteloos, geagiteerd en ontkoppeld.

Vooral dat laatste is interessant voor paardencoaches. Een paard dat rustig lijkt te staan, hoeft niet automatisch ontspannen te zijn. In het onderzoek wordt beschreven dat ‘op roest staan’ en zichzelf verzorgen ook kunnen voorkomen bij een paard dat op dat moment niet actief deelneemt aan de sessie van lichte stress of betrouwbaar falen.

Roest is dus niet altijd hetzelfde als ontspanning.

Een coachpaard hoeft niet voortdurend iets te doen

Dit is misschien wel een van de belangrijkste punten voor paardencoaches.

We hoeven het paard niet voortdurend te actief om te kunnen coachen. Hoe dan ook moeten we voorkomen dat we ieder gedrag van het paard betekenis geven voor de coachee.

De vraag is niet alleen:

Wat doet het paard?

Maar ook:

Hoe is het op dit moment met het paard?

Dat vraagt ​​van de coach dat hij of zij tegelijkertijd oog houdt voor de coachee, het paard en de interactie tussen beiden.

Hoe zwaar is een coachsessie voor het paard?

Niet elke sessie is voor een paard zelfs belastend. Een rustige sessie van een uur kan iets heel anders vragen dan een pijnlijke intensieve sessie van twintig minuten.

Een belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat niet alleen de duur van het aantal sessies is bepaald voor de belasting van het paard. Vooral de krachtige van de sessie speelt een belangrijke rol.

Dat betekent dat je als coach niet alleen moet bijhouden hoe vaak je een paardinzet.

Vraag jezelf na een sessie bijvoorbeeld af:

  • Hoe intensief was deze sessie voor mijn paard?
  • Welke gedragingen heb ik gezien?
  • Was er sprake van onrust?
  • Zag ik ook positieve gedragingen?
  • Hoe snel vernieuwde het paard?
  • Wat heeft dit paard nu nodig voordat ik het opnieuw inzet?

De gids biedt daarvoor zelfs een opstelling van de werkbelasting waarbij duur, aantal sessies én gecombineerd worden gecombineerd.

Niet ieder paard laat ongemak zelfs duidelijk zien

Ook het karakter van het paard speelt een rol. Bij sommige paarden is pijn veel duidelijker te zien dan andere.

Juist rustige, stabiele of meer introverte paarden kunnen ongemak minder duidelijk uiten. Daarom bestaat het risico dat we denken dat een paard “alles wel prima vindt”, terwijl signalen van pijn of ongemak minder zichtbaar zijn.

Dat maakt controle van gezondheid en gedrag extra belangrijk.

Opvallend is dat iets meer dan 20% van de onderzochte coach- en therapiepaarden één of meerdere gediagnosticeerde aandoeningen had. Paarden met een schijnsymptomen tijdens coachsessies minder comfortabel en meer geagiteerd gedrag.

Een coachpaard moet daarom niet alleen mentaal geschikt zijn voor het werk, maar ook gezond lichamelijk en belastbaar zijn.

De professional maakt verschil

Paardenwelzijn is uiteindelijk niet alleen afhankelijk van het paard of de coachee. De deskundigheid van degene die de sessie begeleidt speelt gelijk een rol.

In het onderzoek werd een relatie gevonden tussen opleiding en achtergrond van de professional en het gedrag van de paarden. De onderzoekers adviseren daarom een ​​opleiding waarbij paardenwelzijn feitelijk aandacht krijgt. Daarbij gaat het onder andere om gezondheid, belastbaarheid, functionele werking, de juiste combinatie tussen paard en cliënt en kennis van het karakter van het paard.

Dat vraagt ​​om een ​​professionele paardencoach dus meer dan alleen kennis van coaching.

Je moet ook voldoende kennis hebben om te kunnen zien wanneer jouw paard zegt:

dit is oké, dit wordt spannend, dit is genoeg of dit kan ik vandaag niet dragen.

Een eenvoudige welzijnscheck voor iedere coachsessie

Je kunt paardenwelzijn heel praktisch onderdeel maken van je werkwijze. Stel jezelf vóór, tijdens en na iedere sessie drie vragen:

Voor de sessie – Hoe stapt mijn paard vandaag de sessie in?
Is het paard lichamelijk fit? Hoe is zijn gedrag? Zijn er bijzonderheden? Past dit paard vandaag bij deze coachee en deze sessie?

Tijdens de sessie – Wat zie ik echt?
Waarnemer zonder onmiddellijke ingang. Laat niet alleen op spanning en ongemak, maar ook op positieve gedragingen. Kijk naar veranderingen en naar de context waarin gedrag ontstaat.

Na de sessie – Hoe komt mijn paard uit deze sessie?
Is er ontspanning? Blijft overspannen aanwezig? Hoe intensief was de sessie? Heeft het paard herstel of roest nodig voordat het opnieuw wordt geïnstalleerd?

Tot slot

Paardenwelzijn is geen checklist die je één keer afvinkt. Het vraagt ​​om blijven kijken, leren en bijstellen.

Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap uit deze welzijnsgids: goede paardenwelzijn begint bij het vermogen van de professional om gedrag te herkennen en te omvatten en daar vervolgens naar te handelen. De onderzoekers sluiten hun gids dan ook af met de oproep om te blijven leren, te blijven kijken en vooral met die kennis aan de slag te gaan.

Voor HorSense zou ik daar nog één zin aan toevoegen:

Het paard heeft niet te verwachten voor de coaching. Wij hebben als coach de verantwoordelijkheid om steeds opnieuw te luisteren naar wat het paard ons over zijn eigen welzijn laat zien.

Bron: Welzijnsgids coach- en therapiepaarden – Een praktische leidraad , Lectoraat Human-Animal Interactions, Aeres Hogeschool Dronten, 2024. De gids is ontwikkeld op basis van het onderzoeksproject Welzijn van coach- en therapiepaarden .